Karl Karlas (1991) haalt inspiratie uit het verlopen van tijd en de sporen die hierbij worden achtergelaten. Hen is gefascineerd door hoe dit zowel bij mens als natuur verandering teweegbrengt. Soms zijn het sporen die pas na vele jaren zichtbaar worden of juist weer zullen verdwijnen. Zoals een pad in het bos wat na verloop van tijd weer dicht groeit. Maar ook vluchtige sporen zoals sigaretpeuken op de grond rond een bankje in het park.

Karlas houdt van restant materialen die zowel van mensen als uit de natuur. Sommige toevallig gevonden, andere bewust verzameld. Materiaal dat door de meesten mensen als afval beschouwd wordt. Zoals verpakkingsmateriaal dat een interessante vorm of structuur heeft. Of de overblijfselen van een verlaten vogelnest. Overal schuilt schoonheid in.

Karlas werkt intuïtief en laat zich verassen door de combinaties en associaties die hierbij ontstaan. Leidend is de eigen verbeelding en de zoektocht naar esthetiek in het alledaagse. Het werk roept vragen op over de grens tussen het natuurlijke en het artificiële door deze met elkaar te verbinden. De sculpturen en installaties die hierdoor ontstaan houden het midden tussen realiteit en surrealiteit.

Het feest der gemaskerden (2020), Fotografie door Fenna Jensma